The Wolvecamp (Hengelo, 1925 - 1992)
Theo Wolvecamp begon tijdens de oorlog te schilderen en bezocht van
1945 tot 1947 de kunstacademie in Arnhem. Gedurende die periode hielden
het Duitse en Vlaamse expressionisme hem sterk bezig. In 1947 vestigde
hij zich in Amsterdam en na korte tijd kubistisch gewerkt te hebben,
ontwikkelde hij in 1947 een eigen wereld van spontaan neergezette
abstracte tekens.
Wolvecamp was in 1948 mede-oprichter van de
Nederlandse Experimentele Groep. Tegen die tijd was hij al druk bezig
met experimenteren. Zo gebruikte hij onder andere zand in zijn doeken.
In 1949 verliet hij na de tentoonstelling in het Stedelijk Museum de
CoBrA-beweging,. In 1951 werd hij toch weer lid. Er is weinig werk van
hem uit de CoBrA-jaren bewaard gebleven, omdat hij, ontevreden over het
resultaat, veel vernietigde.
De buitenmens Wolvecamp, die nooit
goed heeft kunnen aarden in de stad, keerde na het internationale
CoBrA-avontuur, mede op advies van Karel Appel ("Jij hoort op het
platteland"), terug naar zijn geboorteplaats. Vanuit een sterke
beleving van de natuur werkte hij daar in afzondering aan een sterk
persoonlijk expressionisme met karakteristieke vormen en kleuren,
voortbouwend op de tijdens de CoBrA-periode ontwikkelde symbolentaal
van vlekken en strepen en wervelende lijnen.
Pas in 1967 trad
hij met zijn werk naar buiten met een solotentoonstelling in Arnhem. In
de daarop volgende jaren (Theo Wolvecamp overleed in 1992) werd zijn
werk geëxposeerd op diverse exposities in binnen- en buitenland.
Telkens werden deze tentoonstellingen met gejuich ontvangen.